donderdag 14 februari 2008

Val

Val en train. Loop hard. Van stapel. Val opnieuw. Verlang. Meer. Verlies. Jezelf. Kruis. Op snelheid. Volg. Je hartslag. Val verraderlijk. Ga verder. Stop nooit. Bemin niet voor minder dan. Word groter. Word vol van.

woensdag 13 februari 2008

Laat de violen zingen

Niets zaliger, spannender, erotischer dan grenzen bespelen. Ook met woorden. Het is de gelaagdheid die het doet. Beeldspraak laat toe om tweelagig, onschuldig of erotisch getint, te interpreteren. Schijnbaar braaf maar met een combinatie van woorden en symboliek die niet toevallig is. Tot deze ontdekking kwam ook Marita De Sterck. Op 22 januari verscheen van haar hand "En rijen is plezant". Met illustraties van kinderboekenauteur en creatieve duizendpoot, Gerda Dendooven. Als ze geen kinderboek schrijft of jongeren creatief leert schrijven, reist Marita de Sterck de wereld rond als antropologe. Vanuit die interesse om cultuurgebonden waarden en verborgen symboliek te decoderen verzamelde ze 69 pikante Vlaamse volksliedjes. Morgen, op Valentijn, weet je wat gezongen:

Twee emmertjes water halen
Twee emmertjes pompen
De meisjes op de klompen
De jongens op hun houten been
Rij maar door mijn poortje heen

Van je ras ras ras
Rijdt de koning door de plas
Van je voort voort voort
Rijdt de koning door de poort
Van je erk erk erk
Rijdt de koning naar de kerk
Van je één....twee....drie

maandag 11 februari 2008

Tommy

Lingerie Natalie doet nakoopjes. Klinkt als naweeën. Niet meteen kooplustig word je ervan.

Maar Tommy wil het anders.

Zwart. Lekker spannend. Getailleerd.

Met veertig procent vermindering.

Yes.

Call in the Tiger. The Hilfiger.

“Zal ik het inpakken?”

“Graag, doet u maar.”

U is hélemaal klaar.

Maar neemt

een valse start.

Een droombeeld getart.

“Eh, op de pop stond hij vast beter?”

Grijns.

Even op de rand van pijns.

Proest. Lach. Grimas. Tommy gaat terug in de tas.

Lief en vol met een maatje ronder.

“Zal ik boven en jij onder?”

dinsdag 5 februari 2008

Diabolo

Donker vroeg wakker gedonderd door een container die een landingsplaats zocht in wat voormalig onze voortuin placht te zijn. Even relativerend, zelfcorrigerend heil gezocht in de gedachte aan aardbevingen in Rwanda en Congo. Alles kan slechter, toch? Maar toen verder nieuws over crosscontinentaal aardgeschuif me koppig werd ontzegd omdat de wind de brievenbus had opengewaaid en mijn blik op de wereld doorweekt en onleesbaar op het voetpad lag was het onontkoombaar: de dag was zeikerig begonnen.

Wanneer ik mijn jonge grut afzet aan het circuskamp waar ze enthousiast leren diabolo draaien en op grote tonnen lopen vraag ik me af waarom volwassen zijn soms zo vierkant draait? En helemaal niet vol-wassen, maar af-gewassen? Want ja, thuis wacht me de was. Opnieuw onontkoombaar. Ik leeg manden, vul kasten, vul opnieuw manden.

Zou ik? Durf ik? De wasmand in? Hup, de heuvel af? Right in the arms of a clown met Guccircuslooks? Totalemente onvolwassen, zonder oppassen? Tumble. Turn around. Twist. Shout. What's there to worry about?

Yep.

Ik doe het.

Ik draai.

Zo meteen.

Aan de knop van de wasmachine.

maandag 4 februari 2008

Aulikki

Het huis ligt er ontheemd bij. Uitgehold door zwaar geschut. Kranen. Kruiwagens. Motorzagen. Beton. Zwoegende mannen.

Waar begin vorige eeuw grote vlaswagens met gespannen paarden halt hielden met een lading zo hoog dat het vlas van zijn pluimen liet aan het bomenhaar langs de weg, rijdt nu een caterpillar combat gevaarte.

Ooit sliepen er op de zolder 8 boerenjongens en meisjes. Een dag nadat de laatst levende van hen stierf in een naamloos bejaardentehuis werd op de tot slaapkamer omgetoverde zolder onze jongen geboren. Moeiteloos, alsof hij daar altijd al wou zijn. En blijven. Met twee verschillende ogen. Een blauw. En een bruin. Een wolfskind.

In de hoek van de tuin staat een lindeboom geplant. Jong en ontluikend. Als het meisje dat er iedere dag voorbijhuppelt. De kranen draaien er behendig en omzichtig omheen.

Ik zocht een beeld dat raakt. Zoals dit huis me raakt. Me nu weer omhelst, dan weer afstoot. Maar nooit loslaat.

Zaterdag vond ik het. In een galerij in een drukke stad. Aulikki keek me niet meteen aan. Ze staarde met een ingetogen nederigheid naar haar schoenen. Teder, breekbaar en voorzichtig op zoek. Een ontluikende 1.20 m. van zuiver brons. In gedachten zag ik haar in de tuin. Waar ze warm, tijdloos en ongenaakbaar teder de voorbijganger zou begroeten. En even raken.

Stil starend naar het etalageraam werd ik gestoord door de nuchtere gedachte of ze wel betaalbaar zou zijn. Mooie meisjes achter glazen ramen zijn doorgaans niet goedkoop. Dus nam ik ingehouden afscheid en ruilde de drukte van de stad opnieuw voor de weidsheid van de velden.

Maar niet zonder de belofte om terug te keren.

vrijdag 1 februari 2008

Gemis

Dan loop ik door
de drukke winkelstraat
en zie je
in de gestalte
van een onbekende.

Dan loop ik door
en schrik
van het gemis
verscholen
in wat ik meende
dat geluk is.

Cliché

"Ik zal eens iets bekennen: ik denk dat ik pas van mezelf kan houden als iemand anders van mij houdt."

"Da's een omkering van het cliché."

"Als ik mijn hand op mijn knie leg, weet ik niet of ik mijn hand voel of mijn knie. Als iemand anders dat doet, voel ik probleemloos die knie. Begrijp je?"

Uit een interview van Griet Op De Beeck met Katelijne Damen in Humo van 22 januari 2008.