donderdag 4 juni 2009

Over drift en scopische aandrift

Via niet nader te vernoemen bron vernam ik dat dit blog opnieuw wat spannender, gelaagder mocht. Beter wat heter? U vraagt, wij draaien. De geletterde playgirl wordt wakker. Zorg dat u uitgeslapen bent.

Onderwerp van vandaag: de paranoïde-kritische methode. Bedacht en uitgedacht door het excentrieke brein van Salvador Dali. U merkt het: dit wordt spannend.

Een van de eerste teksten die Salvador Dali schreef om zijn theorie van de paranoïde-kritische methode te staven, verscheen onder de titel 'Psychologie non-euclidienne d'une photographie' in Minotaure. Naast die tekst is de foto in kwestie afgedrukt: twee trotse winkeliersters en een wat bescheidener man poseren voor de deur van hun winkelpui; ondanks het centrale 'hypnotiserende' onderwerp wordt Dali's blik getrokken door iets waar hij ook onze aandacht op vestigt, namelijk een minuscuul garenklosje, zonder garen, dat om onverklaarbare redenen tegen de stoeprand ligt. 'Dit exhibitionistische voorwerp, dat zich vanwege zijn "onwaarneembare bestaan" en door zijn aard en onzichtbaarheid bij uitstek leent voor het onverwachte binnendringen schreeuwt om een interpretatie', aldus Dali.

Geheel los van mijn (on)vermogen tot interpretatie van abstracte kunst, ben ik gezegend met een scherp observatievermogen. Los van mijn wil, zie ik wat doorgaans aan de blik van anderen ontsnapt: het onbetekende detail. Onlangs werd ik tijdens een wandeling rondom mijn favoriete waterplas aangesproken door een ouder heerschap van 83. De man wist me uitvoerig te onderhouden over verre reizen en culinaire genoegens. Terwijl ik veinsde op te gaan in zijn verhalen, werd mijn blik aangetrokken door twee knopen die ontbraken aan zijn hemd, op de plek waar borst overgaat in buik.

Geheel eigenzinnig, intellectueel en van nature promiscue koppelt Catherine Millet in Jaloezie, een scherp waarnemingsvermogen en overdreven visuele aandacht aan welbepaalde psychologische kenmerken. "Het eerste en duidelijkste is seksuele nieuwsgierigheid. Door zich op datgene te storten wat het minst opvalt, ontdekt het oog wat gewoonlijk verborgen blijft. Nu leven wij in een maatschappij waarin de genitaliën met alles eromheen, inclusief hun activiteiten, verborgen horen te blijven. "

Anders gezegd: in mijn concrete geval zijn de ontbrekende knopen de metaforen voor de geslachtsorganen. Was de man weduwnaar? Had hij geen vrouw meer om naald en draad met zorg te hanteren? Pervers gezegd: werd hij niet meer genaaid?

"Dat zou dus het ultieme, verdrongen of gesublimeerde doel zijn van degene die zich overgeeft aan de scopische aandrift", aldus Millet. En dan hebben we het nog niet over verscherpte geurzin.

Het tweede kenmerk definieert Millet als "onverschilligheid voor de ordening van de wereld". Om open te kunnen staan voor wat er in de marges en hoeken gebeurt, moeten we ons losmaken van de hiërarchische systemen die daar minder belang aan hechten dan aan wat zich in het midden of aan de top bevindt, ongeacht of die systemen een maatschappelijke, morele of zelfs esthetische orde genoemd worden. "

Om terug te keren naar het voorbeeld van Dali: bij de foto die hij "ons voorlegt moeten we ons niet in eerste instantie laten leiden door onze belangstelling voor de afbeelding van een bepaalde groep winkeliers uit het begin van de twintigste eeuw; we kunnen ons beter buigen over een 'rommeltje' (zoals Dali het noemt) dat in de goot is gevallen, dan over de drie vreemde menselijke figuren. [...] Een zo volmaakt ongebonden blik, die de werkelijkheid zo volmaakt van alle kanten kan bekijken, behoort toe aan iemand die zich in de wereld laat leiden door een nieuwsgierigheid zonder enig a priori. Zo iemand verwerpt meteen al het onderscheid tussen interessant en oninteressant, waardig en onwaardig, mooi en lelijk. "

Tot zover mijn gelaagde, filosofische pleidooi voor (seksuele) nieuwsgierigheid, voor een onbevooroordeelde, pure, open blik.

Maar ik had beloofd om het spannend te houden. Dus keer ik terug naar mijn niet nader vernoembare bron aan het begin van dit verhaal.

Met voornoemde beleefde ik gisteren een gastronomisch hoogstandje. Tussen het voorspel en het hoofgerecht door merkte ik op hoe onze ober ter hoogte van zijn linkerslaap, net waar de bakkebaard eindigt, lichtjes transpireerde. Simultaan zag ik hoe hij zich vooroverboog naar mijn minzame tafeldame met een verrukkelijke Contessa d'Abruzzo 2005 en het etiket net iets te dicht bij haar priemende, verwachtingsvolle blik bracht. Hoe zij zich nadien vergreep aan de laatste volrode aardbei op de tafel en zich toen ter hoogte van waar borst overgaat in buik, een onhoorbaar stil culinair orgasme voltrok. Dit alles buiten mijn wil om, binnen mijn gezichtsveld, volledig gesublimeerd, verdrongen en vooral niet geëxpliciteerd.

Mijn allerliefste tafeldame: u vroeg, wij draaiden.

Geïnspireerd door Jaloezie van Catherine Millet, De Bezige Bij 2009; Met dank aan restaurant Lijsterbes

dinsdag 2 juni 2009

A space odyssey

In de liefde zijn we hongerig. We krijgen er niet genoeg van. Gretig naar elkaar zijn we.

Maar hoe overstijgen we het primaire, narcistische gevoel van begeerte naar bezit en bereiken het geerte, het graag, geerne zien? Willen we een ander hebben of liefhebben?

Belanden we op drijfzand wanneer we liefdevol loslaten? Verliezen we de grip, of maakt respect voor de ruimte die een ander vraagt net standvastiger? Volharden we met aandrang in het bezit van de exclusieve, enige toegang tot de gedeelde ruimte, of delen we in ruimdenkendheid?

En hoe gaan we in die ruimtelijke herordening om met onze kwetsbaarheid? Wat als we willen gekoesterd, geliefd, bemind worden, maar in het losse, mulle zand, niet langer een spoor te bekennen is van hen die we beminnen? De ruimte niet ruim, maar pijnlijk leeg voelt? Wie vangt dan de tranen op?

Lossen ze op in de gewichtloosheid van de ruimte? Dissolve in The unbearable lightness of being? Of lichten ze op bij de onweerstaanbare aantrekkingskracht, de zwaarte-krachtige kus van een kosmonaut?

donderdag 28 mei 2009

Imagina

Om inspiratie aan te wakkeren helpt de warmte van muziek. Vuur voor verbeelding. Of rust voor ongewenst doemdenken dat de stroom van vloeibaar groots gedachtengoed verhindert. Een warme wals uit Brazilië (A.C. Jobim) kan wat vast zit verbuigen en ombuigen. De Jazz CD Mixing it is een liaison tussen een Braziliaanse gitarist en een Zuid-Afrikaanse tenorsaxofonist. In Imagina (Valsa Sentimental) zet Sean Bergin "met zijn snerpende tenorsax krassen in de ronde gitaarklank van Rogério Bicudo. Een beetje speels, een beetje ernstig, maar vooral veel chaleur." (De Morgen, 26 mei 2008)

Laat walsen die woorden.

dinsdag 26 mei 2009

Two cures for love

Afgelopen weekend deed ik woordenvol inspiratie op in het pittige, zonnige Brighton. Een badstad met een hoek af. Levendig londens haast. Free-spirited, open-minded. Het Royal Pavillion was simply a treat. Vooral The Great Kitchen van decadent, vorstelijk rijke George IV laat nog visioenen na. Van overdadig plezier, levensvreugde en rijkdom. In Brighton Dome genoten we, in het kader van het Brighton Festival, van een adembenemende Antony & The Johnsons. The Telegraph recenseert raak: "But whatever he sang, it was spellbinding. And thanks to the strange, almost otherworldly beauty of Hegarty's voice – sometimes like a choirboy's, sometimes like a Deep South soul singer's, sometimes like a Fifties crooner's, sometimes all three in a single phrase – there was an unsettling quality to the evening". En de pret was nog niet over. Het Fringe straattheater festival was een wervelende chaos van kleurrijk acteertalent. Zelden zo gelachen als met The Dinner table van Wet Picnic. Bij een bezoek aan de bibliotheek vond ik in het rek anderstalige literatuur zowaar Tom Lanoye terug en was fier. Evenals een geslaagd initatief van de BBC, waarbij gratis ansichtkaarten bekende poëzie promoten. Op die manier kennis gemaakt met de Britse dichteres Wendy Cope, die naast Carol Ann Duffy, regelmatig als kandidaat werd genoemd voor het ambt van nieuwe Poet Laureate. Haar gedicht Flowers is een zoete, melancholische reflectie over liefde die nét niet bloeit. Maar vooral grappig, treffend, én aanstekelijk is het volgende korte gedicht, een klassiek liefdesdilemma in twee eenvoudige volzinnen:

Two cures for love

1. Don't see him. Don't phone or write a letter.
2. The easy way: get to know him better.

maandag 18 mei 2009

Met vriendelijke groeten

Als abonnee krijg ik wekelijks de nieuwsbrief van De Morgen in mijn mailbox met, naast een kort overzicht van actueel nieuws, ook vaak onweerstaanbare aanbiedingen. Een James Eames lounge chair, tickets voor de exclusieve avant-première van Adams Appels, de avant-première van de dvd box van In Europa van Geert Mak. Commerciële brieven met vriendelijke groeten ondertekend door Klaus Van Isacker.

Dit weekend maakte de directie van De Persgroep de namen bekend van dertien journalisten die in het kader van herstructurering de krant moeten verlaten. Onder anderen sportjournalist Hans Vandeweghe, columnist Bernard Dewulf en fotograaf Filip Claus. In tijden die wars staan van lezersparticipatie kreeg de lezer van deze drastische beslissing geen bericht in exclusieve avant-première. Nooit kreeg ik een mail van Van Isacker met vriendelijke groeten én de vraag: We willen sneller, goedkoper. Bernard Dewulf kan niet langer weemoedig, traag op de voorpagina. U doet toch mee?

Mijn antwoord, uiteraard met vriendelijke groeten, was dit geweest: Zonder vaste waarden, verliest De Morgen haar waarde. En de directie van de Persgroep haar waardigheid. Zij begaat in deze een commercieel-strategische flater. En bovendien één met on-menselijke impact.

woensdag 13 mei 2009

De passie van topsport

Liefde en topsport hebben een gemene deler die verder reikt dan fysieke afmatting van lenige lijven. "Cocaïne?" hoor ik u filmisch-fantastisch en mediageletterd luidop denken. Inderdaad. Warm. Zeer warm. Ik doelde op het al even media-vermogende, veel herhaalde en aangehaalde verschijnsel van de decompressie.

In een uitgebreide en ter dege analyse van de topsporter die ten prooi valt aan drank en drugs definieert De Morgen journalist Bart Eeckhout het als volgt: "Decompressie is de ontspanning die het lichaam nodig heeft om de chemische balans weer in evenwicht te brengen. In fysieke of psychologische stresssituaties komt cortisol vrij, een hormoon dat eiweitten in de spieren afbreekt waardoor glucose, en dus energie, aangemaakt wordt. Cortisol probeert zo het energieverlies te compenseren dat veroorzaakt wordt door de aanmaak van adrenaline. Via decompressie wordt het effect van die hormonenproductie gekanaliseerd. " (De Morgen van 12 mei, p. 18)

Vrij analoog beschrijft Rafaela in De Morgen van 4 mei de chemische storm van liefde als volgt: "Eenmaal ons oog is gevallen op de juiste partner, vallen we ten prooi aan een wervelende chemische storm. Verliefdheid triggert een krachtige cocktail van hormonen en neurotransmitters in ons brein en lijf. Er ruist tienmaal zoveel adrenaline door onze aderen en het hormoon cortisol helpt deze razernij gaande te houden: ons hart pompt sneller en lichaamstemperatuur stijgt. "

En ook hier geldt het principe van de chemische balans. Waar adrenaline en cortisol de hormonen zijn die een topsporter tot vergaande prestaties drijven, met decompressie als beloning en afterparty, moet ook in de liefde ontladen worden, bij voorkeur in een zaligmakende lijfelijke liefdesroes.

Even zeer: net als de topsporter, jagen we, verlangen we in de liefde naar de gouden medaille. Maar worden soms door de volgwagen ingehaald, rijden een lekke band, missen de bocht, verliezen de pedalen.

Dan staan we aan de zijlijn, vol goudkoorts, en zien de trofee jammerlijk aan ons voorbijgaan.

Hoe blijven we dan chemisch in balans? Hoe beheersen we de grote emoties die volgen op grote, niet ingeloste verwachtingen? Hoe ontladen we ingehouden, volgehouden, verliefde spanning zonder uitzicht of vooruitzicht op liefdevolle ontspanning?

Idem dito aan de grote heren van de wielersport is een vlucht uit de realiteit dan een gemakkelijke maar gevaarlijke volgende stap. Want vluchten willen we zonder meer. Weg van pijn en frustratie.

Ook hier is het advies van sportpsycholoog Rudy Heylen tastbaar op de liefdesverdrietige toepasbaar: "Het resultaat is uiteraard het enige wat telt voor een topper, maar wij leren hen om het gedrag te controleren waarmee ze tot dat resultaat willen komen. Je kunt, zeker in het wielrennen, een perfecte wedstrijd rijden en toch verliezen. Ofwel kraak je dan van pure frustratie ofwel aanvaard je dat je ook een schitterende prestatie kunt geleverd hebben zonder overwinning. Die tweede houding zorgt voor meer mentale stabiliteit en uiteindelijk ook voor meer succes. Je kunt nu eenmaal niet controleren wat niet te controleren valt." (De Morgen van 12 mei, p. 18)

Conclusie: In de ijver, wedijver om liefde valt niets te controleren. We kunnen enkel navigeren, exploreren, bij tegenslag rechtstaan en opnieuw, vol kracht, gaan voor de lange baan.

We verleggen een grens. Verhogen een versnelling. En trekken geen categorieke lijn.

Want een lijn wordt een ravijn. Dus snuiven we niet.

Maar wuiven blijmoedig, koesteren onze inspanning. Belonen onszelf, zelflievend, met degustatie, en decompressie deluxe. Eerste klasse.

Op naar een hogere divisie.

zaterdag 9 mei 2009

Non C'è

Smaak valt niet te betwisten. Niettemin vergewis ik me vaak enigszins zorgelijk van de grilligheid, onvoorspelbaarheid en gebrek aan eenduidigheid van mijn muziekkeuze. Slechts één base-line blijft van kracht: het moet me raken. Verder kan alles.

Zo pleeg ik graag te genieten van het gezang van Laura Pausini. Jazeker, u leest het goed, de deerne waar ook menig trouwfeest mee wordt opgeluisterd. In een Portugees vakantiehuisje waar de zon 's ochtends stralend door de ramen naar binnen viel en de zee voor mijn voeten lag, ontdekte ik, naast weinig zeggende verzamelcd's in de privé-collectie van de eigenaars, Non C'è van voornoemde Italiaanse schone.

Sindsdien heeft het nummer een onverklaarbaar instant zomereffect op me, in die mate dat mijn huisgenoten, afgaand op de deining van mijn achterwerk tijdens het afwassen, het nummer de onwelvoeglijke bijnaam "kon-tjè", hebben gegeven.

De afgelopen jaren heb ik deze muziekvoorkeur stilzwijgend -ja zelfs verlegen, verborgen gehouden. Tot vandaag.

In De Morgen Magazine geeft de zangeres een ijzersterk interview waarmee ze radicaal komaf maakt met haar hulpeloze-meisjes tijdperk. Terugblikkend op haar jongste live optreden in San Sirono van 2007 zegt ze over zichzelf: "Het was alsof je een krijger op het podium zag stappen die een buit kwam binnenhalen, en tegelijk toch de moed had om zich heel kwetsbaar op te stellen. Dat zijn twee aspecten van mezelf die ik ook herken als ik gewoon thuis ben. Ik ben sterk maar lief."

En laat dit nu ook net mijn motto zijn.

Dus.

Zwaaien dat achterwerk: sterk.