"Ik heb van alles geprobeerd om beslissingen te nemen in het leven. Vanuit mijn emoties, vanuit mijn verstand, vanuit mijn ego. Op de een of andere manier waren dat geen bevredigende beslissingen. Emoties zijn bijvoorbeeld een slechte raadgever omdat ze me een onrustig gevoel geven. Als mijn ego of mijn verstand kiezen, worden dat vaak opportunistische keuzes. Die zien bepaalde zaken waar ik geen zin in heb als een investering of een manier om aandacht te krijgen. Maar die innerlijke stem, mijn hart, zegt vaak iets helemaal anders. Het is een vorm van zacht, innerlijk, rustig weten. Als ik dat niet volg, loopt alles in het honderd. Doe ik dat wel, dan blijkt het telkens weer de juiste beslissing. Omdiat ik die keuze met bezieling maak. En als ik niet bezield ben, raak ik de ander ook niet."
Fleur Van Groningen in De Morgen, Wax van zaterdag 28 augustus 2010.
Om maar even de nawoorden van Dimitri Verhulst bij Problemski Hotel te lenen: "Om misverstanden te vermijden voel ik mij genoopt te vermelden dat zowat de helft van deze verhalen verzonnen is, en dat geen enkel verhaal een leugen bevat." Wat u hier leest is soms al eerder verteld, soms verzonnen, nu eens een verre echo van de realiteit, dan weer woordenvol dicht erbij. Veel woordenverwondering toegewenst.
zaterdag 28 augustus 2010
dinsdag 17 augustus 2010
Awaken to the silence of the sun
Op een regenachtige herfstavond in augustus, wanneer je zou willen dat de zon nog brandend hard je gedachten aanvuurt, is het haardvuur aansteken een zalig tegendraadse remedie. Terwijl kranten en restanten van een plankenvloer laaiend in vlammen opgaan, flaneer je door het aanbod van itunes, muziek als een bonte lappendeken op je knie. En zo beland je bij een onbekende, onverwachte schitterende parel: 'Gem', van Matthew Dear, een track uit het recente album Black City. BBC Music Review omschrijft Matthew Dear als een "tech-pop polymath" en over Gem klinkt het lovend: "Gem unfolds like the aural equivalent of time-lapse photography. And throughout there is an attention to detail, to little tics and tricks in the mix, that make this a treat for listeners who still wear headphones. But mostly it’s music for defunct – or, rather, Defunkt – nightclubs."
Een pijnlijk en tegelijk ook teder meeslepend nummer. Enjoy.
Oh I love these days into one, awaken to the silence of the sun, who can I talk to today, why am I still the same?
Een pijnlijk en tegelijk ook teder meeslepend nummer. Enjoy.
Oh I love these days into one, awaken to the silence of the sun, who can I talk to today, why am I still the same?
woensdag 11 augustus 2010
With love, from Brindisi airport.
De koffers vielen één na één met een doffe klap op de transportband. Drummend, licht bezweet en opgejaagd verdrongen handen, kortgerokte benen en reikhalzende ogen zich rond de langzaam bewegende, zwarte, plastic rups.
Er woekert een hardnekkig misverstand bij kenners, filosofen én bij leken dat schrijven bewaren betekent. Een reusachtige opslagkamer van herinneringen, beelden, memoires. Maar het is net andersom. Literatuur is loslaten. Schrijven is verdrijven. Waar je over schrijft gaat pas dan en juist daardoor voorbij.
Met woorden, bedacht Helga, zou ze het gemis en de voortdurende gedachte aan hem verdrijven. Alle mooie herinneringen en pijnlijke momenten in een zin-volle, gesloten koffer stoppen en langzaam in de bocht bij band 4 laten verdwijnen. Tot grijpgrage handen hem zouden oppakken, de woorden één voor één uitpakken, een nieuw leven inblazen en haar verlicht, verlucht achterlaten.
Na een jaar van oprechte affectie, hevige passie, wederzijds welbehagen en intimiteit had ze in alle liefde gebroken met de man die ze voor alle liefde van de wereld nooit had willen loslaten. Dus reisde ze van lieverlee de wereld rond. Op zoek naar rust en troost. Dit keer was ze op weg naar een tijdelijk paradijs van afzondering, zon en onbekommerd schrijven. Een plek waar ze zich niet kon verliezen in de afleidingen die ze in haar thuisland zo zelden kon weerstaan.
Hij was haar grootste afleiding geweest. Haar onweerstaanbare verleiding. Dit moest ze eigenlijk met rode letters tikken. Ze bezweek er telkens voor. Voor de nadruk van zijn begerige blik. Verzot op plagen en geplaagd worden.
Met een kop koffie op een terras, lui achterover in de zon, zou ze genieten van een hagedissenleven. Dat stond vast. Maar terwijl de koffers langzaam voorbij gleden en de transportband gedwee en monotoon verder ratelde wou ze niets liever dan hem naast haar. Samen in de zon naar de stroom van voorbijgangers kijken. Elkaar zo nu en dan kussen. Hem zacht strelen aan de binnenkant van zijn polsen. Gekscheren als kwajongens van veertien. Achteraf in de zwoele schaduw van hun bed elkaar beminnen als de grootste.
Het was verrukkelijk door hem genomen te worden. Zijn vanzelfsprekende superioriteit. Haar complete overgave. In bed vond ze het prettig de baas over hem te zijn. Te zien en te horen hoe hij kreunde, te voelen hoe hij vol overgave, ongecontroleerd schokte van opwinding. Dan was ze als de overwinnaar die een heel sterk dier kapot had gekregen. Gelukkig nooit helemaal. Wanneer hij haar op zijn beurt liefdevol klein kreeg huilde ze, ontroerd, ontdaan. Achteraf vleide ze zich begeerlijk in de rust van zijn armen, helemaal de zijne.
Op een dag was het huilen steeds sterker geworden. Kwam het ook wanneer hij er niet meer was. Werd de angst om hem te verliezen zo pijnlijk dat het haar uit haar slaap hield. Toen stond Helga voor het dilemma waar iedere geliefde vroeg of laat voor staat. Sprakeloos was ze ervan geworden. Verstomd. Verlamd. Niet langer passie, maar een impasse. Haar bagage was vertraagd.
Niet alles wat de werkelijkheid ophoest is de moeite van het vastleggen waard, had ze gemeend, en dus bewaarde ze lange tijd het stilzwijgen, verbeet de pijn. “Faire l’amour, c’est faire le mal”, zei Baudelaire. Veel van iemand houden doet pijn. Ook dit moest ze met rode letters tikken.
Maar nu liet de werkelijkheid zich niet langer het zwijgen opleggen. Wat was geweest won de bovenhand, nam haar onderhands.
In de bocht van band 4.
Er woekert een hardnekkig misverstand bij kenners, filosofen én bij leken dat schrijven bewaren betekent. Een reusachtige opslagkamer van herinneringen, beelden, memoires. Maar het is net andersom. Literatuur is loslaten. Schrijven is verdrijven. Waar je over schrijft gaat pas dan en juist daardoor voorbij.
Met woorden, bedacht Helga, zou ze het gemis en de voortdurende gedachte aan hem verdrijven. Alle mooie herinneringen en pijnlijke momenten in een zin-volle, gesloten koffer stoppen en langzaam in de bocht bij band 4 laten verdwijnen. Tot grijpgrage handen hem zouden oppakken, de woorden één voor één uitpakken, een nieuw leven inblazen en haar verlicht, verlucht achterlaten.
Na een jaar van oprechte affectie, hevige passie, wederzijds welbehagen en intimiteit had ze in alle liefde gebroken met de man die ze voor alle liefde van de wereld nooit had willen loslaten. Dus reisde ze van lieverlee de wereld rond. Op zoek naar rust en troost. Dit keer was ze op weg naar een tijdelijk paradijs van afzondering, zon en onbekommerd schrijven. Een plek waar ze zich niet kon verliezen in de afleidingen die ze in haar thuisland zo zelden kon weerstaan.
Hij was haar grootste afleiding geweest. Haar onweerstaanbare verleiding. Dit moest ze eigenlijk met rode letters tikken. Ze bezweek er telkens voor. Voor de nadruk van zijn begerige blik. Verzot op plagen en geplaagd worden.
Met een kop koffie op een terras, lui achterover in de zon, zou ze genieten van een hagedissenleven. Dat stond vast. Maar terwijl de koffers langzaam voorbij gleden en de transportband gedwee en monotoon verder ratelde wou ze niets liever dan hem naast haar. Samen in de zon naar de stroom van voorbijgangers kijken. Elkaar zo nu en dan kussen. Hem zacht strelen aan de binnenkant van zijn polsen. Gekscheren als kwajongens van veertien. Achteraf in de zwoele schaduw van hun bed elkaar beminnen als de grootste.
Het was verrukkelijk door hem genomen te worden. Zijn vanzelfsprekende superioriteit. Haar complete overgave. In bed vond ze het prettig de baas over hem te zijn. Te zien en te horen hoe hij kreunde, te voelen hoe hij vol overgave, ongecontroleerd schokte van opwinding. Dan was ze als de overwinnaar die een heel sterk dier kapot had gekregen. Gelukkig nooit helemaal. Wanneer hij haar op zijn beurt liefdevol klein kreeg huilde ze, ontroerd, ontdaan. Achteraf vleide ze zich begeerlijk in de rust van zijn armen, helemaal de zijne.
Op een dag was het huilen steeds sterker geworden. Kwam het ook wanneer hij er niet meer was. Werd de angst om hem te verliezen zo pijnlijk dat het haar uit haar slaap hield. Toen stond Helga voor het dilemma waar iedere geliefde vroeg of laat voor staat. Sprakeloos was ze ervan geworden. Verstomd. Verlamd. Niet langer passie, maar een impasse. Haar bagage was vertraagd.
Niet alles wat de werkelijkheid ophoest is de moeite van het vastleggen waard, had ze gemeend, en dus bewaarde ze lange tijd het stilzwijgen, verbeet de pijn. “Faire l’amour, c’est faire le mal”, zei Baudelaire. Veel van iemand houden doet pijn. Ook dit moest ze met rode letters tikken.
Maar nu liet de werkelijkheid zich niet langer het zwijgen opleggen. Wat was geweest won de bovenhand, nam haar onderhands.
In de bocht van band 4.
woensdag 21 juli 2010
In de fleur van haar leven
Geachte Mijnheer Van Den Borre,
Ik wil een vent. Graag met akte van vertrouwen.
Liever geen ventiel. Lief, aardig maar wat schriel.
Doe maar een ventilator. Krachtig. Met af en toe wat gemor.
Nu eens hard, dan weer zacht. Soms met de wind mee, dan weer tegen.
Ik ben heel fervent. Wat denkt u, heeft u iets dat me verwent?
Ik wil een vent. Graag met akte van vertrouwen.
Liever geen ventiel. Lief, aardig maar wat schriel.
Doe maar een ventilator. Krachtig. Met af en toe wat gemor.
Nu eens hard, dan weer zacht. Soms met de wind mee, dan weer tegen.
Ik ben heel fervent. Wat denkt u, heeft u iets dat me verwent?
zondag 11 juli 2010
Dimlicht
Met gespreide benen ging ze over hem heen zitten. De korte jeansrok plooide omhoog. Ze begroef haar gezicht diep in zijn hals en kreunde zacht.
“Flirt”, dacht hij, “hoer”. Maar ja, hij hield wel van een beetje respons.
“Ik wil niet met je vrijen”, zei hij droogjes en duwde haar voorzichtig van zich af.
Ze liet zich niet eenvoudig uitschakelen, knoopte traag zijn broek open.
“Nee, ik wil het niet”, herhaalde hij, en stond resoluut op.
De lederen riem die haar rok sierde bleef haken aan zijn broeksriem. Een weerhaak, weerstand tegen hun ontbinding.
Hij zag dat ze schrok, maar ze verborg haar angst. Ze kende de kunst om de eer aan zichzelf te houden, stond op, trok haar rok in de plooi, ging koffie zetten.
Haar afkerige rug ademde teleurstelling. Hij zocht houvast in het beantwoorden van mail, nam onverschillig een telefoontje aan.
Plots beende ze met snelle passen zijn richting uit, haar gejaagdheid als een poging om te ontsnappen uit het heilloze nu. Ze ging wijdbeens voor hem staan en gebaarde hevig en vlijmscherp: “Maak dat je wegkomt.” Een slotrede van verborgen kwetsuur.
De totale machteloze woede is een komisch gezicht. Even bedacht hij haar aan het lachen te brengen, zoals altijd. “Dimmen” zou hij met pretoogjes en groteske gebaren zeggen. Ze zou het uitproesten. Opnieuw gevoel voor proportie krijgen. Als altijd.
Maar haar radeloosheid was besmettelijk. Hij knoopte met gebogen hoofd zijn veters dicht, vroeg nog heel even “Ben je zeker dat dit is wat je wil?” en trok toen de deur achter zich dicht.
Ook hij kende de kunst om de eer aan zichzelf te houden. Liet zich niet zonder meer uitschakelen, had geen geduld voor geduld.
Onderweg naar huis verfoeide hij zijn redeneerzucht. Maar wat graag zou hij zich overgeven aan al haar seizoenen, aan al haar zoenen. Als onderdeel van een raadselachtig geheel.
Maar de deur was dicht. Hij reed huiswaarts. Met zacht, droevig dimlicht.
“Flirt”, dacht hij, “hoer”. Maar ja, hij hield wel van een beetje respons.
“Ik wil niet met je vrijen”, zei hij droogjes en duwde haar voorzichtig van zich af.
Ze liet zich niet eenvoudig uitschakelen, knoopte traag zijn broek open.
“Nee, ik wil het niet”, herhaalde hij, en stond resoluut op.
De lederen riem die haar rok sierde bleef haken aan zijn broeksriem. Een weerhaak, weerstand tegen hun ontbinding.
Hij zag dat ze schrok, maar ze verborg haar angst. Ze kende de kunst om de eer aan zichzelf te houden, stond op, trok haar rok in de plooi, ging koffie zetten.
Haar afkerige rug ademde teleurstelling. Hij zocht houvast in het beantwoorden van mail, nam onverschillig een telefoontje aan.
Plots beende ze met snelle passen zijn richting uit, haar gejaagdheid als een poging om te ontsnappen uit het heilloze nu. Ze ging wijdbeens voor hem staan en gebaarde hevig en vlijmscherp: “Maak dat je wegkomt.” Een slotrede van verborgen kwetsuur.
De totale machteloze woede is een komisch gezicht. Even bedacht hij haar aan het lachen te brengen, zoals altijd. “Dimmen” zou hij met pretoogjes en groteske gebaren zeggen. Ze zou het uitproesten. Opnieuw gevoel voor proportie krijgen. Als altijd.
Maar haar radeloosheid was besmettelijk. Hij knoopte met gebogen hoofd zijn veters dicht, vroeg nog heel even “Ben je zeker dat dit is wat je wil?” en trok toen de deur achter zich dicht.
Ook hij kende de kunst om de eer aan zichzelf te houden. Liet zich niet zonder meer uitschakelen, had geen geduld voor geduld.
Onderweg naar huis verfoeide hij zijn redeneerzucht. Maar wat graag zou hij zich overgeven aan al haar seizoenen, aan al haar zoenen. Als onderdeel van een raadselachtig geheel.
Maar de deur was dicht. Hij reed huiswaarts. Met zacht, droevig dimlicht.
woensdag 30 juni 2010
Bui
Beste onweer,
Liever bezweerde ik je turbulentie met voorspelbaarheid. Maar waarom spelen op veilig als oversteken spannend is?
Ik wil nog helemaal niet sereen zijn, traag gaan of stilstaan. Met volle teugen, mag het, ja? Geen compromissen. En ook niet vissen. Geduldig wachten tot de dobber zinkt.
Ik wil wat je noemt niet stuk te krijgen zijn. Een stuk. Laaiend van uitslaand geluk. Vernieuwend. Een knappe griet. Fantastisch, onklopbaar, gewoon geweldig.
Halloooo, bui van Deboosere, je hoort me wel. Waai over. Als de bliksem.
En verdomme snel.
Liever bezweerde ik je turbulentie met voorspelbaarheid. Maar waarom spelen op veilig als oversteken spannend is?
Ik wil nog helemaal niet sereen zijn, traag gaan of stilstaan. Met volle teugen, mag het, ja? Geen compromissen. En ook niet vissen. Geduldig wachten tot de dobber zinkt.
Ik wil wat je noemt niet stuk te krijgen zijn. Een stuk. Laaiend van uitslaand geluk. Vernieuwend. Een knappe griet. Fantastisch, onklopbaar, gewoon geweldig.
Halloooo, bui van Deboosere, je hoort me wel. Waai over. Als de bliksem.
En verdomme snel.
maandag 21 juni 2010
Coïtus interruptus
Veel minnaressen lijken niet geschapen voor een uitgestippeld leven. Ze worden aanzien als lastige, raadselachtige, vaak ietwat wispelturige vrouwen, en staan met verwondering te kijken naar hun seksegenoten die er wel in slagen zich te voegen naar het gestructureerde gezinsleven. Het lijkt wel of ze geen talent hebben voor het compromis: nog liever blijven ze alleen dan hun meanderende gevoelens aan banden te leggen. Huiselijkheid heeft geen uitstaans met hun heftigheid.
Het klinkt romantisch and avontuurlijk, maar er spreekt ook een zekere tristesse uit hun escapisme. Veel minnaressen blijken een zekere dualiteit te herbergen: achter hun masker van eigengereidheid en superioriteit schuilt kwetsbaarheid, en een drang naar zelfverzaking. Het zou volgens psychologen te maken hebben met een gebrek aan vaderliefde in de jeugdjaren: vrouwen die door hun vader erg waren geliefd, lijken minder geneigd om op relatievlak de complicaties op te zoeken. Vrouwen die de vaderlijke aandacth moesten ontberen daarentegen, hebben het gevoel dat ze de liefde moeten verdienen, dat liefde niet bestaat als ze niet gepaard gaat met pijn. Stabiel geluk zegt hen weinig. Ze lijken gedoemd levenslang het spel van afstoten en aantrekken te herhalen, en putten hun levenskracht uit de intensiteit van hun pieken, en hun dalen. Mede door hun erg veranderlijke emoties, oefenen ze zo'n aantrekkingskracht uit op mannen. Wat veranderlijk is, is ongrijpbaar, en dus is de bekoring des te groter. En de kwetsbaarheid in hun ogen is de kers op de taart: het maakt de lokroep van de sirene voor veel mannen onafwendbaar.
Die lokroep uit zich in zijn subliemste vorm op seksueel vlak. Minnaressen zouden meer dan voorbeeldig, gehuwde eega's op een diep niveau met seks zijn verbonden. Ze belichamen het zinnelijke in de vrouw, wat in schril contrast staat met het betrouwbare en koesterende van 'moeder de vrouw'. In een doorsnee dagelijkse partnerrelatie vinden minnaressen niet genoeg voedsel voor hun seksuele gevoeligheid.
Uit: 'De coming out van de buitenvrouw' van Rafaela. In De Morgen Wax van zaterdag 19juni 2010.
Het klinkt romantisch and avontuurlijk, maar er spreekt ook een zekere tristesse uit hun escapisme. Veel minnaressen blijken een zekere dualiteit te herbergen: achter hun masker van eigengereidheid en superioriteit schuilt kwetsbaarheid, en een drang naar zelfverzaking. Het zou volgens psychologen te maken hebben met een gebrek aan vaderliefde in de jeugdjaren: vrouwen die door hun vader erg waren geliefd, lijken minder geneigd om op relatievlak de complicaties op te zoeken. Vrouwen die de vaderlijke aandacth moesten ontberen daarentegen, hebben het gevoel dat ze de liefde moeten verdienen, dat liefde niet bestaat als ze niet gepaard gaat met pijn. Stabiel geluk zegt hen weinig. Ze lijken gedoemd levenslang het spel van afstoten en aantrekken te herhalen, en putten hun levenskracht uit de intensiteit van hun pieken, en hun dalen. Mede door hun erg veranderlijke emoties, oefenen ze zo'n aantrekkingskracht uit op mannen. Wat veranderlijk is, is ongrijpbaar, en dus is de bekoring des te groter. En de kwetsbaarheid in hun ogen is de kers op de taart: het maakt de lokroep van de sirene voor veel mannen onafwendbaar.
Die lokroep uit zich in zijn subliemste vorm op seksueel vlak. Minnaressen zouden meer dan voorbeeldig, gehuwde eega's op een diep niveau met seks zijn verbonden. Ze belichamen het zinnelijke in de vrouw, wat in schril contrast staat met het betrouwbare en koesterende van 'moeder de vrouw'. In een doorsnee dagelijkse partnerrelatie vinden minnaressen niet genoeg voedsel voor hun seksuele gevoeligheid.
Uit: 'De coming out van de buitenvrouw' van Rafaela. In De Morgen Wax van zaterdag 19juni 2010.
Abonneren op:
Posts (Atom)