donderdag 23 april 2009

Q and A

Hoe graag. Zoeken we. Hoe ver. Vragen we.

Met alle antwoorden gekend, is de weg verkend. Niet langer spannend, boeiend, opwindend.

Dus. Gaan we. Op de tast. Doortastend.

Verdwalen. In ondoorzichtigheid.

Willen weten, elkaar veelvreten.

En krijgen er niet genoeg van.

zondag 5 april 2009

Over wetenschap, verhalen en lente

Hebben gevoel en intuïtie een kwantificeerbare meerwaarde? Hamvraag in het debat tussen harde en zachte wetenschappen, tussen voorstanders van het kwantitatieve en het kwalitatieve paradigma. En ook: kan intuïtie inzicht geven in structuur of geeft het enkel aanleiding tot (nog meer) ondefinieerbare chaos?

Mijn antwoord op deze prangende vragen: intuïtie misleidt soms, maar kan bij herhaling en versterking de juiste weg wijzen. En precies daar schuilt de grote gemene deler tussen twee schijnbaar onverzoenbare paradigma’s. Beide gaan op zoek naar herhaling. In de terugkeer zit het patroon. In wat zich herhaalt zit verhaal.

Dus. Even wat toegepaste wetenschap: Zag u ook dat de lente zich de afgelopen week tot drie dagen toe herhaalde? En voelde u de kwantificeerbare meerwaarde van de eerste zon? Voelde u de aandrang tot verhaal? Tot het verleggen van uw wetenschap? Het prikkelen van uw kennis? Het verzoenen van schijnbaar onverzoenbare paradigma’s?

U bent niet alleen: een overwegende, statistisch aantoonbare meerderheid deelt uw welbehagen.

Lente werkt aanstekelijk. De eerste prille zon noopt tot denken en handelen in het kwadraat; versterkt, bij herhaling, onze gevoelens en gedachten.

Een jaarlijks terugkerend patroon.

Een prikkelend verhaal.

Wilt u dat ik het morgen nog eens herhaal?

vrijdag 3 april 2009

Op schoot

Weinig heeft ze om het lijf.
Ze draagt de lente in haar blik,
de wind in de haren,
begraaft zich behaaglijk in zijn armen,
kruipt op schoot,
wil nog even niet groot,
graait door zijn haren,
zoekt,
omhelst,
de breekbaarheid van
zijn schouders
en verstomt,
verstilt,
bij zo veel
groots.

zondag 29 maart 2009

Slumdog millionaire

Twee kinderogen kijken me zondagsvragend aan? Zoals ze dat enkel op zondag kunnen. Hangerig, wat verveeld, maar altijd even lief. Mag het wat anders dan bowling of binnenspeeltuin? denk ik onhoorbaar en ben hen vliegensvlug voor: "Zullen we naar de film gaan? Slumdog Millionaire, wat denken jullie daarvan?" Mama houdt niet van animatie, en bewegend namaakvrolijk huppelends. Het moet echt. "Da's die film met 8 Octaafs? Cool!" klinkt het enthousiast. "Oscars", schater ik het uit, de invloed van Samson en Gert gaat dieper dan we soms vermoeden. Maar het ijs is gebroken. We gaan. Het weerwerk van schoonmoeder die de "film echt niet voor kinderzieltjes bestemd vindt" linkslatend , nestelen we ons gretig in de cinemafauteuils. Toegegeven, er zitten keiharde, ontwrichtende scenes in deze prijswinner, maar de guitigheid, humor, het positivisme, de snelheid, spanning én de romantiek van de film zijn onklopbaar. Andere troeven: de schoonheid van Freida Pinto is onaards en adembenemd, de soundtrack is sterk én de eindscene, een danscene is een aanrader voor elkeen die op maandagochtend met tegenzin op het perron staat te wachten op wéér eens een trein met vertraging. Gewoon nadoen: Jai Ho.

dinsdag 24 maart 2009

In beslag genomen

Hij is de deurwaarder van haar ziel, haar dwingend verzoek.

Haar lijf in onderpand, in beminnelijke schikking.

Haar schuldeiser van begeren, onvermijdelijk bevel tot huiszoeking, meedogenloze vaststelling van feiten.

Haar onontkoombaar verdict van verbintenis.

Zeehnsucht

Zullen we samen spelen dat alles kan?

Dan rijden we. Lekker hard. Gaan schuin in de bochten, halen de handen van het stuur, schuiven het dak open, en vergeten tijd en uur.

Bij een drive-in krijgen we zin, in zeven ijsjes, je weet wel, voor ál je meisjes. En met z'n twee nemen we lekker de dienster mee.

Dan rijden we door. Botsen op de brandweer, gooien de remmen dicht, stelen het zwaailicht. Jij kapitein, ik luitenant, jij zwaait, ik licht.

We blussen, rijden naar zee, brengen de ochtend mee, en geen brand meer, enkel nog zee.

We tellen golven, en ik word zeemeermin, je weet wel, met zo'n vin. We gaan aan de haal, zwemmen helemaal naar de overzijde van het kanaal, en dan, onderweg, neemt een stroming ons mee, en worden we onafscheidelijk, samen, voor altijd zee.

maandag 16 maart 2009

Words (don't) come easy

"Wie naar argumenten zoekt om zijn liefde te verdedigen, heeft het ongeloof al omarmd. De twijfel heeft zijn liefde al aangevreten." Een voltreffer van de hand van Polly Dewit in De Morgen van 14 maart: Liefde hoeft geen retorische vaardigheid, geen argumentatie, geen woordenvolle, mondvolle vergoelijking. Het is er, of het is er niet. Je bemint of je verzint.

Het brengt ons bij een eeuwenoud thema in de liefde: het schipperen tussen zekerheid en twijfel. Een veelgehoorde plaag. Of zal ik het houden bij vraag? Waar begint liefde, waar eindigt ze? Zijn er gradaties, nuances? En, een tweede, terechte vraag: moeten we liefde altijd onder woorden brengen? Lang leve de sprakeloze liefde, de met verstomming slaande verliefdheid, het vertrouwen van weten zonder woorden. Je kan immers passie koudpraten, verlangen wegverwoorden, de hitte van de strijd laten verzanden in zinnen?

Of is het net omgekeerd? In het Sensualistisch Manifest pleit Rafaela voor taal als het afrodisiacum bij uitstek: "Sensualisten zijn woordjunkies die elkaar overstelpen met ellenlange eropoëtische geschriften. Ze lezen elkaar voor uit vuile boekskes en smokkelen poëziebundels bij wijze van glijmiddel tussen de lakens. Ze kunnen binnen de seconde getroffen worden door een rake zinsnede maar evengoed genieten van maandenlang zinnenstrelend geschrijf, van het intelligent geboetseer van zinnen en zintuigen. Bespeel hun hersens (hun meest erogene zone) en hun lijf reageert instant. Als op een vingerknip. "

En dat brengt ons bij een volgend eeuwenoud thema: het schipperen tussen geest en beest. Waar stoppen woorden en beginnen daden? Wanneer verdrijven onze aanrakingen, zoenen, strelingen onze zinnen? Waar eindigt het voorwoordspel?

Tot zover deze vragen en bedenkingen. Ik houd het op een voorlopige samenvatting en conclusie van de literaire hand van Joost Zwagerman, in de vorm van een motto: "vanuit een staat van onschuld je hartstocht volgen", zonder nood aan vergoelijking, aan woorden om te beweren dat wat wankel is goed is, maar mét de verfraaiing van frivole taaltoverij die hartstocht op de voet volgt, en zachtjes, stilletjes afdruipt wanneer het lekker hard gaat waaien.

En verder. Ik ga voortaan bij de Word Watchers, u toch ook?