dinsdag 30 november 2010

What 'll I do?

“Only mediocrity is safe, zegt Paulo Coelho.” Ze fluisterde het zacht tegen de stugge stoppels van zijn ongeschoren wang.

Hij gromde halfslaperig terug: “Was sich liebt, das neckt sich”. Ook hij was gretig in vreemdspraak tussen de lakens.

“Ben jij dan nooit jaloers?” Ze vroeg het stil, peinzend, vleide haar wang traag tegen zijn bovenarm.

Hij lag dicht tegen haar aan, zijn borst tegen haar rug, het rechterbeen over het hare, zijn arm over haar heen, haar net iets te stevig omklemmend.

Ze hield van zijn houdgreep. Beschermend en bezitterig, met weinig speelruimte.

Hij gromde nogmaals. “Als je iets liefhebt, laat het dan vrij. Komt het terug dan is het van jou.” “Een oud spreekwoord”, mompelde hij er achteraan.

Daar had ze niet van terug.

Ze duwde haar achterwerk uitdagend tegen de hardheid van zijn bestaan, gooide haar hoofd een kwartslag achterom en vroeg met geveinsde, vleiende onderdanigheid: “Geachte Heer Van Dale, mag ik los? Laat u me liefdevol gaan?”

Hij omklemde haar bovenarmen, zoende speels haar voorhoofd. Bleef onvermurwbaar.

“Or you think I’m a tossy you can wind up?” Ze zei het gespeeld kwaad.

“Lust is acuut, My Lady. Liefde is chronisch.”

Ze streelde zijn voelbaar verlangen met de zachte binnenzijde van haar dijen. “Dat klinkt als een bedreiging?” Ze zei het speels autoriteir. “Geacht Heerschap, ik revolteer node tegen uw duurzaamheidsdwang."

Ze wrikte zich los uit zijn houdgreep, nam de bovenhand. Op haar beurt ontegenzeglijk dominant.

Zijn ogen raakten de hare. Hij raakte haar. Onuitgesproken.

“Je bent veilig bij me. Ik doe je geen kwaad”.

Ze streelde zijn slapen.

“Houd je me stevig vast? Het is zo verdomd onduidelijk soms, alsmaar op de tast.”



Geïnspireerd door "Bitterzoet" van Annelies Van Belle, een retro-song van Johnny Mathis (What'll I do?), en Van Dale Woordenboek.

zondag 14 november 2010

Kantelbaar



“We hoeven ons toch niet aan een bepaald script te houden?” klonk het.

Ze zat stilzwijgend naast hem, genoot van het zachte, warme timbre van zijn stem, voelde ingetogen, opgetogen de nabijheid van zijn harde, gespierde bovenbenen.

“Waarom inperken, begrenzen, analyseren, categoriseren, definiëren?” Hij streelde traag de rug van haar hand.

Ze dacht aan het vooruitzicht van vrijheid, vermengd met lichte angst voor verlies van controle.

“Het kan op de rand”, ging hij verder. “Lekker met kant.”

“Of je maakt me vrijblijvend, meedogenloos van kant.”

Ze hield van zijn zelfspot, het had iets speels, uitdagends, avontuurlijks.

“We nemen het zoals het komt”, ging hij door.

“Neem jij me zoals ik kom?” vroeg ze vertwijfeld, en keek schichtig, vragend langs hem heen.

“Jij komt als geen ander”, grinnikte hij speels, en kneep slinks in haar dij.

“Maar ik neem je zoals je komt, ook wanneer je gaat”, vervolgde hij met een vleug van weemoed.

Ze zoende hem zacht in de nek. Haar weerstand was zinloos.

“Sta je aan m’n kant?” fluisterde ze.

Hij gaf een zoen op haar mond.

Ze zweeg.

Voortaan leek niets meer kant en klaar. Of zonneklaar.

Enkel kwetsbaar, fragiel, kantelbaar.

Oneindig.

Dierbaar.

zaterdag 6 november 2010

Op slag kwetsbaar

Met stevige armslag draaide hij haar een kwartslag.

"Je bent mooi. Kwetsbaar"

De stilte viel als een zachte deken over hen heen. Buiten waaide een gure herfstwind geelgouden bladeren van de bomen.

Hij ging door de knieën, stroopte traag haar zwartkanten slip naar omlaag, drukte z'n beide handen op de volheid van haar bips en gleed met z'n tong langs de blanke binnenzijde van haar dijen, om langzaam te eindigen in de vochtig warme streek van haar schoot.

Ze kraaide van genot. Haar handen graaiden liefdevol, gretig door zijn haren.

"Ik wil in je zijn", klonk het, en hij keerde haar opnieuw een kwartslag. Met een vanzelfsprekende dominantie die haar woordeloos deed volgen.

In een oogopslag vonden ze elkaar in de omwenteling, kwamen thuis in een mengeling van verlegenheid, liefdevolle overgave en binnenpret.

"Je zou me toch verkrachten?" vroeg ze speels.

Maar hij begroef zich in haar hals. Vergat het rollenspel.

Ze liet hem begaan. Helemaal gaan. Kwart en kwetsbaar van slag. Aangedaan.

vrijdag 5 november 2010

Grand

Met surrealistisch zicht
op snel
weg
had hij haar liefdevol
om
singeld.
Groots, van gewapend beton
vleide zijn hand zich zacht in haar schoot.
Woordeloos het verhaal.
Kwetsbaar, eenvoudig
en zonder omhaal.

woensdag 3 november 2010

Hoe intercultureel zijn onze media?

Allerheiligen, allerzielen, allerboeken. Een jaarlijks terugkerend triumviraat. Voer voor een letterveelvraat. Morgen staat het boekenpaleis in Antwerpen met stip in m'n agenda. Extra gelegenheid en stimulans van dienst: een debat, naar aanleiding van twee recente publicaties van sterke dames. Katleen De Ridder bracht bij Lannoo Campus het bijzonder sterke en onderbouwde "De witte media. Of waarom 'allochtonen' altijd slecht nieuws zijn." uit. Katleen geeft cijfers, talloze cases én voorziet haar betoog van recente wetenschappelijke literatuur zonder dat het hoogdravend of ontoegankelijk wordt. Een voltreffer. Nadia Dala bracht "Intercultureel communiceren. Wie durft?" uit. Een praktisch, hands-on boek met cases en duidelijke spelregels voor de nieuwsbrenger en journalist in spe. Waar het eerste duidelijk van de hand is van een beleidsmaker, is het tweede het tastbare resultaat van een reportagemaakster en journaliste. Beide werken vullen elkaar perfect aan. Het debat belooft een mooie synergie.

zondag 24 oktober 2010

ParkeerGarage 5.0 surround



Deze blogpost is opgedragen aan een verborgen liefde voor parkeergarages. En aan twee trouwe lezers en vrienden die het intens betreurden dat dit blog lange tijd onbesproken en onbeschreven bleef.

Het concept is lumineus. In Nieuwegein wordt een nieuw gemeentehuis gebouwd, een complex dat winkels, een bibliotheek en een kunstencentrum moet gaan herbergen. Onder het gebouw is een zeer grote parkeergarage gepland. Aan de Poolse kunstenaar Jaroslaw Flicinski is gevraagd om de wanden van deze ruimte vorm te geven met een lichtkunstwerk dat niet alleen als lichtbron, maar ook als markering van de overgang van het parkeer- naar het voetgangersgebied moet dienen. Bovendien moeten de lichtwanden de bezoeker helpen bij het oriënteren in de parkeergarage. Spinvis kreeg het verzoek om, geïnspireerd op Flicinski’s ontwerp, een muziek/geluidswerk te maken dat permanent in de garage te horen zal zijn.

Samen met muziekdiva Geike Arnaert, verzorgde Spinvis de filmscore van de adembenemende film ADEM. Spinvis plant in de parkeergarage door het gebruik van 5 verschillende lagen de muziek te laten bewegen in de ruimte.

Op die manier kun je een cello laten horen in de achterste zone, waarna een tweede cello in de volgende zone wordt toegevoegd. Als alle lagen zijn gevuld, en de muziek als het ware naar je is toegespoeld, wordt de cello in de achterste zone vervangen door bijvoorbeeld zingende kinderen of een klokkenspel. Eén voor één worden de zones daarmee weer opgevuld tot de hele garage is gevuld met kinderstemmen. Dan start er in de achterste zone weer een nieuw instrument. Zo gaat het door. De bezoeker is altijd getuige van een constant bewegend en veranderend geluidsdecor.

Je zou voor minder even symfonisch willen parkeren.

PS. Download Dorleac, het nieuwe album van Spinvis en beluister Entourage. In een parkeergarage. Enjoy.

zaterdag 28 augustus 2010

Een lege plek om te blijven

Ze stonden dicht tegen elkaar aan, z’n gespierde armen nonchalant losjes over de reling, z’n blik guitig, ontspannen, liefdevol bezorgd om haar ogen vol tranen. De Schelde stroomde weids in hun blikveld, een vrachtboot nam de bocht, voorbijrijdende fietsers genoten van het uitzicht.

“Wist je dat het debiet van de Schelde vrij beperkt is, in vergelijking met andere Europese rivieren?” zei hij schalks, in een poging de vloedgolf van verdriet in haar ogen tegen te gaan.

Banale weetjes, verdriet-vergeetjes, praatjes vol gaatjes. Opbeurende, luchtige, lieve ledigheid.

“Het lijkt hier wel Titanic”, antwoordde ze, in een tegemoetkoming de hevige stortvloed met pret te bedwingen. “Zal ik straks met m’n armen wijd over de reling heen hangen?”

“Zag je de modder daar beneden? Zal ik je daar met windkracht 10 in keilen?” klonk het plagend terug. “Ik ben immers sterker dan Leonardo, heviger dan DiCaprio, en ijzingwekkend stoer”, en gekscherend klapte hij haar lichtjes op het achterwerk. “Wist je trouwens dat slechts een heel klein deel van een drijvende ijsberg boven het water ligt? Het grootste deel ligt onder water."

Ze knikte meewarig, drukte opgelucht een zoen op z’n wang.

“En ben ik dan net even onverhoopt tegen je aangebotst? Schuift daarom m’n orkest naar de rand van de reling, ziedend het ijskoude water in?” ging ze zacht glimlachend verder.

“Ik ben bezorgd om je, maar durf het niet te tonen”, klonk het toen stil.

Ze wandelden voorbij een fietsknooppunt, een zondagsterras, een menigte uitgelaten zestigers met veel te felle fluohesjes op veel te dure fietsen, pauzeerden bij een bank.

“Wie beweegt, komt aan. Ik stel doelen, geef richting aan m’n koers, ga verder”, vervolgde hij.

“Ik zal je missen”, was haar antwoord.

Zacht wuivend riet vulde de stilte.

“Zeg dat niet”, klonk het nog stiller.

“Je kent m’n schaduwzijde, jou liet ik dichterbij komen. Je inspireert me, ontroert me, raakt me.”

Hij keek haar zacht aan, hoorde een echo van onuitgesproken vermoedens.

De stilte werd stiller dan stil, een antwoord bleef achterwege.

Zacht raakte ze met haar vingertoppen zijn gebruinde bovenbenen aan, omhelsde hem, zoende hem zacht in de nek, stond op, en verdween in de meander van de rivier.