zaterdag 11 februari 2012

Lana & Lianne

Uw woordenschatbewaarster loopt een marathon van examens. Aaah. Decompressieverschijnselen zijn reeds in zicht. De finish nog verre van niet. 63 more to go. 97 left behind.

Aldaar

Om even aan de saaiheid en banaliteit van studentikoze intelligentsia van het verheven type "crossmedia betekent dat je crosst van het ene medium naar het andere" (oh Jan S. , dit wou je niet lezen) te ontsnappen richt ik mij graag tot u, waarde trouwe lezer.

Voor een moment van muzikale mijmering.

Spelenderwijs: Video Games. Lana Del Rey.

Een dijk van een song. Voor wie niet vies is van galmende klokslagen, een tedere harp tussendoor, meeslepende aanzwellende strijkers, ingezongen door zwoele lippen die zingen It's you, it's you, it's all for you, everything I do.

Een melodisch sterk stukje kamerpop. Dat beloftevol uitnodigt tot meer. Temeer daar het verhaal van Lana een al even mysterieus strijkverhaal is als de song zelf: de onbeduidende Lizzie Grant kreeg een paar fikse collageenlippen opgespoten (volle lippen werken altijd), kreeg door een managementteam een glamoureuze artiestennaam ingefluisterd, en werd door rumours stevig gehyped. Het vervolg kent u.

Even leek het nog te werken.

Tot haar eerste album "Born to die" (what's in a name?) het beloftevolle jonge talent met een holle slag tot niets verpulverde.

Ik kocht het album, luisterde één keer, gaf het nog een tweede hoopvolle kans, en besloot toen dat het niets zou worden. Lana was een lichte eendagsvlieg. Instant gratification. Weinig duurzaamheid. Maar nog altijd met die ene dijk van een song.

M'n replay touch toets kreeg het daarentegen zwaar te verduren bij een andere door BBC aangekondigde belofte voor 2012. De wondermooie Lianne La Havas. En ja. Zij is puur natuur. Eveneens met volle lippen. Volgens goede bronnen, de nieuwe Erykah Badu. Het duet "No Room for Doubt" (ft. Willy Mason) is ontluisterend mooi. That night you took flight, I couldn't decide what to do. I won't let a safe bet continue to make me go blue. I could go so low, would that be the right thing to do? Winters mooi warm. Enjoy. Op 6 maart in Ancienne Belgique. Will be there.

zondag 22 januari 2012

Waar is de meisje?

Op slechts enkele weken tijd verzamelde 'Waar is de meisje' meer dan 130.000 hits op YouTube en bijna 2.500 shares op Facebook. Amerikaanse blogs noemen het fenomeen 'beloftevol'.

Wie gaat er schuil achter de schimmige rapcrew De Hoop?

Dit weten we zeker: recentelijk werd een van de danszalen van cultuurcafé 't Werkhuys in Borgerhout bezet door het vooralsnog volstrekt geheimzinnige rapcollectief dat zichzelf De Hoop noemt.

In de in die danszaal opgenomen videoclip, waar ze overigens zelf niet in meespelen, zie je hoe een vreemde besnorde man (een Borat lookalike) met zweetband en spandexbroek zich de prangende vraag "Waar is de meisje?" stelt. Bijgestaan door een porseleinen tijger en enkele danseressen uit het aerobicstijdperk wurmt hij zich doorheen al even kitscherige danspasjes en vraagt hij zich naast de verblijfplaats van de meisje nog af waar onder meer de hakbijl, Osama, de sauna, de cashflow, de pers en de interviews zijn.

Ten huize van uw woordenschatbewaarster was het nummer een voltreffer. Voor jong geweld dat mama graag charmeert met man-taal aka "Wat maak jij een lllekkere macaroni, man. Met die saus van je, man. Dat kan jij alleen, man." klonk de Hoop op de meisje als vet coole muziek in de oren.

PS. De taalkundige in me kan het niet weerstaan. Waar is de taalfout? Eén van de opvallendste kenmerken van citétaal is de veralgemening van het lidwood ‘de’. Zoals in ‘de meisje’, en ‘de huis.’ Het gebruik van slechts één lidwoord zie je in heel veel Europese jongerentalen terugkomen. Het is een typisch vereenvoudigingsfenomeen. Leestip: Marzo, Stefania & Ceuleers, Evy. (2011). The use of Citétaal among adolescents in Limburg: the role of space appropriation in language variation and change. Journal of Multilingual and multicultural development. Vol. 32. Issue 5.

vrijdag 20 januari 2012

Indian Queen

Op weg naar Antwerpen met de regen luid op het dak. En Jean Paul Van Bendegem op Radio Klara over de olympifiëring van onze maatschappij. Alle records zijn al gebroken. En toch willen we meer. Hoger. Harder. Dus investeren we dik in technologie. Om tot nog straffere hoogstandjes te komen. En gezien onze zware investeringen willen we garantie over de te verwachten uitkomst. En dus zijn we geneigd om meer en meer details vooraf te willen bepalen.

Controlezucht. Ijverzucht.

Gedoemd om veel te zuchten word je daar van.

En om aan die zucht te ontsnappen is er het grenzeloze van de podiumkunst.

Onconventioneel, gebeten en ongemeten.

In de Singel (een architecturaal hoogstandje) zag ik in het inspirerende gezelschap van Bo Spaenc, muzikant, theatermaker en componist, kortom all-rounder, het zuivermooi gestileerde Indian Queen van Jan Decorte. Muziektheater van de bovenste plank, waar elk gebaar, elke stembuiging, elk gebaar telt en zorgvuldig is georchestreerd. Barokke muziek van Henry Purcell in een hedendaags kleedje. Het roze kleedje en de meeslepende stem van de vrouwelijke protagoniste Hanna Bayodi stalen de show. Een kluwen van hofintriges, oorlogen en rivaliteit in de liefde helemaal uitgepuurd tot een primitieve eenvoud. Van een grenzeloze schoonheid.

PS. Leestip: Jean-Paul Van Bendegem. Hamlet en entropie: de twee culturen een halve eeuw later. Een pamflettair essay.

maandag 16 januari 2012

April 14th remastered

Een nieuw jaar vraagt om vernieuwing. Voor-nemens zijn er volop. Vooral 2011 ver weg achter-laten, en volop vooruit-Praeten. Terug meer woorden tellen, muziek beleven, me onomwonden durven overgeven. Liefs en kroostrijks koesteren, vrienden omarmen. Aldaar voeg ik de daad bij het woord: laat mij u allen warm omhelzen met een cover van één van mijn aller-favoriete nummers voor een stil moment. April 14th van Aphex Twin werd door het Nederlandse duo Mar & Szjerdene subliem in een nieuwe versie gestopt. Geniet er van. Happy New Year. Free mp3 download hier.

vrijdag 25 november 2011

Hunkerbunker

“Als apen de keuze hebben tussen iemand die hun wél te eten geeft, en iemand aan wie ze zich kunnen vastklampen maar die hun voedsel onthoudt, kiezen ze voor honger. Liever verhongeren dan niet aangeraakt worden.”

Ze zegt het met een flinke hap spaghetti vol in de mond.

“De hechtingstheorie van John Bowlby. Een oldie. Jaren veertig, vijftig. Ken je die?”

Een gretige weet-date. Dat is ze. Hij schudt het hoofd ontkennend. Vraagt glimlachend: “Heb je nog honger?”

“Altijd”, schertst ze terug. “Heb je nog wat?”

“En wist je dat volgens Madonna, je weet wel, die oldie uit de jaren tachtig, de ultiemste vorm van seks elkaars tenen likken is?”

Hij doet alsof hij oprecht geschokt en verbaasd is. Pretlichtjes in zijn ogen verraden het tegendeel.

“En dat daar een wetenschappelijk bewijs voor is? Hou je vast. Nu wordt het moeilijk.”

Ze neemt nog een hap spaghetti, als om kracht op te doen. En likt voorzichtig het restje tomatensaus in haar mondhoek weg.

“In onze somatosensorische cortex, in het voorste gedeelte van onze hersenkwab, waar tast-, pijn-, temperatuur- en andere prikkels worden verwerkt, liggen de genitaliën en de tenen gewoon naast elkaar.”

Ze schaterlacht. Met een energie die aanstekelijk werkt. Hij lacht hardop mee. Geniet van de perifere prikkels die via zijn ruggenmerg en schakelgebieden in de thalamus zijn somatosensibele schors bereiken. Het is ontleend genot. Hij ziet haar graag genieten. Vult haar glas bij. Vol en rood.

“Ontvoer je me uit m’n hunkerbunker?” Ze zegt het stil deze keer. Hun ogen raken elkaar zacht. “Als ik je verhalen vertel, streel jij dan mijn zinnen?”

Hij streelt haar hand. Ze maakt hem wild. Gek. Krank van zinnen.

Een lang, warm verhaal kan beginnen.

zondag 11 september 2011

Raw like sushi

Op het nachttafeltje stond een oude telefoon met een draaischijf. Goudgeel koper en kitsch.

Jolene zat op de rand van het bed en streelde afwezig het beddengoed van karmijnrood fluweel.

Twee plafondventilatoren draaiden monotoon de tropische, zwoele warmte de kamer rond.

“Ik moet even een dringende telefoon doen”, had hij gezegd. Hij was het vervolg schuldig gebleven. Maar het was voorspelbaar.

Even had hij schuin naar het kitscherige koper gekeken, alsof hij meteen daar, nu, zonder verwijl de hoorn had willen opnemen. Maar hij had zich bedacht.

“Ik moet het maar beter hier niet doen, ga even naar m’n kamer. Ben zo terug.”

Ze nam een warme douche, dronk een kop thee, las losse letters die ze meteen weer vergat, keek om de haverklap op de display van haar mobiel om de tijd te controleren.

Het was intussen lang na middernacht. Slaap, verlangen en ongeduld hadden zich van haar meester gemaakt. Spreidstand was het. Hij in de ene kamer. Een lief luisterend oor voor de ander. Nadien in de andere kamer. Met het hoofd in haar schoot. Diep verdrietig werd ze ervan. Leeg.

Een zachte klop op de kamerdeur.

Zonder woorden kwam hij binnen. Schoof de twee bedden naast elkaar. Begroef zich onder de lakens en in haar armen.

“Een sterfgeval. Ruzie in de familie. Ik heb met haar te doen.”

Haar had hij nooit midden in de nacht gebeld wanneer ze het kwaad had.

“Zeg je alsjeblieft niets meer?” vroeg ze zacht.

Hij huilde. Onzichtbaar. Maar voelbaar.

Ze streelde zijn voorhoofd.

“Ik hou van je”, fluisterde ze.

In de verte brak een tropisch onweer los. De regen klaterde onafgebroken. Felblauw bliksemlicht verlichtte het karmijnrood.

“Zeg dat niet", was het antwoord. "Ik breek."

Ze nam zijn hand in de hare, draaide zich voorzichtig op het andere bed, en viel in een slaap die er geen was.

Onhoorbaar was de nachtschade.

Bij het eerste daglicht stond ze op. Nam een douche.

Toen ze terugkwam in de kamer waren de bedden uit elkaar geschoven. En hij verdwenen. De regen nog steeds onafgebroken.

Op het hoofdkussen lag een post-it note.

“Ik wil je niet verliezen", las ze.

Ze nam de hoorn op van de telefoon. Kreeg de kiestoon. Draaide langzaam drie cijfers en liet zeven keer overgaan.

Onbereikbaar. Geen nieuws.

Als altijd.

Ze opende een paraplu, waadde door diepe plassen, liep verloren in de leegte van een stad die de hare niet was.

Kiezen is verliezen. Niet kiezen nog meer.

En ze brak.

Met een tijd die oneindig had geleken.

dinsdag 31 mei 2011