vrijdag 20 februari 2009

“Zag je hoe het waait?” Afwezig, angstig, keek ze opzij. Alsof de wind haar op de hielen zat, en zijn woorden de sporen die duwden in de flanken van haar ontembare, wilde, haastige vlucht. Met een knipoog streek hij een lok uit haar ogen, streelde met z’n wijsvinger langs haar wang, keek haar vragend aan. Ze draaide het hoofd weg, negeerde de onmacht in zijn ogen om haar onbeslistheid en zei: “Kom, we wandelen een eindje verder”. Haar arm raakte de zijne. Onduidelijk, ongemoeid, ongewis. Maar in de kier tussen hun schouders fluisterde de wind een wiegelied. Het zand dat zich aan hun voeten verstrooide tekende cirkels, en meeuwen dansten concentrisch mee. Toen nam ze zijn hand, bracht het naar haar lippen, beet zachtjes, één voor één, licht en liefkozend in elke vinger, liet de vingers losjes los, en hield het niet meer.

Geen opmerkingen: